Op sofa-safari met het grappigste boek over wilde dieren

Niet op vakantie deze zomer? Geen punt. Met Wat niet in de safarigids van je ouders staat waan je je tussen olifanten en giraffen op de Afrikaanse savanne. Afrikareiziger en tweevoudig Zilveren Griffel-winnaar Joukje Akveld vertelt over haar nieuwste boek.

Een safarigids voor kinderen?

Bestel Wat niet in de safarigids van je ouders staat op Paagman.nl

‘Eigenlijk is het een boek over Afrikaanse dieren, vermomd als safarigids. De afgelopen jaren maakte ik verschillende reizen door zuidelijk en oost-Afrika waar ik meer dan zestig wildparken bezocht. Vaak zat ik in safariauto’s bij enthousiaste gidsen die strooiden met ongelooflijke en grappige informatie. Ik wilde het ultieme weetjesboek over Afrika’s wildlife schrijven. Alleen – er zijn al zoveel weetjesboeken. Zo groeide het plan voor een alternatieve safarigids. Eén die prikkelender en verrassender zou zijn dan de dierenboeken die ik tijdens mijn eigen reizen meesjouwde en die bovendien allemaal in het Engels waren.’

Wat hoorde je in die safariauto’s?

‘Dat babyolifanten op hun slurf zuigen als kleine kinderen op hun duim. Dat giraffen neuriën. Dat de tekenaars van The Lion King Pumbaa verkeerd getekend hebben.’

Wat is er mis met Pumbaa?

‘Pumbaa is een mannetje, dat hoor je aan zijn stem, maar bij Disney heeft hij maar twee knobbels op zijn kop. Twee knobbels, dat is een vrouwtje. Mannetjes hebben er vier. Pumbaa is Swahili voor ‘dwaas’ of ‘dom’. Maar de enige domme dwazen zijn dus de Disney-tekenaars. Zulke verhalen voelen als cadeautjes.’

Hoe presenteer je al die weetjes in een boek?

‘Zestig dieren kregen een eigen portret, waarin ik een bijzondere eigenschap uitlicht. The usual suspects zoals de leeuw en de hyena, maar ook onbekende dieren als de vorkstaartscharrelaar en de baviaanspin. Het aantal Afrikaanse diersoorten is oneindig groot, alleen van de vogels zijn er al 977 soorten. Ik moest dus streng kiezen, want ik wilde roofdieren én antilopen én vogels én zeedieren én reptielen én insecten. Om zoveel mogelijk verschillende soorten in het boek te krijgen bedacht ik een aantal rubrieken. Naast de beroemde Big Five ook de Little Five, de Ugly Five en de Sad Five. Verder een rubriek over spoorzoeken in de bush, over broodje aap-verhalen en over dieren die hun eigen naam kunnen zeggen. Zo kregen ook de hottentothaas, de grote honingspeurder en de dikdik een plek in het boek.’

Wat trekt je zo aan in Afrika?

‘Afrika is het wildste continent. Wilder dan Australië en Azië. Wilder dan Zuid-Amerika waar wel meer diersoorten leven, maar die voor de bezoekende toerist moeilijker te zien zijn. In Afrika kun je uren rondrijden zonder mensen tegen te komen. Ondertussen is een ontmoeting met een olifant of buffel zeer reëel. ‘There is something about safari life that makes you forget all your sorrows and feel as if you had drunk half a bottle of champagne — bubbling over with heartfelt gratitude for being alive,’ schreef Out of Africa-schrijfster Karen Blixen. Dat bubbelende champagne-gevoel herken ik. Het leven is nu eenmaal intenser als je in een kano tussen de nijlpaarden en krokodillen peddelt dan wanneer je in je tuinhuisje zit te schrijven.’

Veel dierenboeken voor kinderen hebben illustraties. Jij koos voor foto’s. Waarom?

‘Mijn boek is niet verzonnen, het is non-fictie, écht. Als ik schrijf dat het lijkt of de naamgevers van sommige dieren kleurenblind zijn, willen kinderen dat zien. Kleurenblind, hoezo? Dus plaats ik foto’s van de zwarte en de witte neushoorn die allebei grijs zijn en van de blauwe duiker die een bruinige vacht heeft.’

Heb je die foto’s zelfgemaakt?

‘Nee, de foto’s zijn van Ariadne Van Zandbergen, een professionele wildlife-fotograaf. Ze is geboren in België, maar woont al vijfentwintig jaar in Zuid-Afrika. Een meisje vroeg me of Ariadne mee was tijdens mijn reizen en of ik dan zei wanneer ze een foto moest maken. Zo ging het niet. Ik leerde Ariadne pas kennen toen ik terug was in Nederland. Ze heeft een enorm archief met dierenfoto’s. Tijdens het schrijven stuurde ik Ariadne mailtjes: Heb je een nijlpaard met open bek? Een overstekende flapnekkameleon? Een bokkende zebra? En dan schreef Ariadne terug: Ja! Ja! Ja!’

Je schreef een safarigids en twee dagen na verschijning ging Nederland in lockdown. BOEM – geen kind dat nog op safari kon.

‘Ja, dat was wel bizar. Met zoiets houd je natuurlijk geen rekening tijdens het schrijven. Maar Wat niet in de safarigids van je ouders staat is niet alleen een naslagwerk en een praktische gids voor jonge reizigers. Het is evengoed een verwonderboek voor kinderen die graag reizen in hun hoofd. Voor kinderen die thuisblijven dus, zo is het vanaf het begin bedoeld. Ik was dus heel blij toen recensenten dat ook zo zagen. NRC schreef: ‘Joukje Akveld is zelf de ‘Goed Getrainde Gids’ die ze jonge safarigangers aanraadt – en daarvoor hoeven zij dankzij haar niet naar Afrika.’ En de Volkskrant vond dat ik zó geestig en meeslepend over wilde dieren uit zuidelijk Afrika schrijf dat er echt oog in oog mee staan nauwelijks leuker kan zijn.’

Het perfecte coronaboek dus eigenlijk?

‘Ik hoop dat kinderen door mijn boek voor even het gevoel hebben écht in Afrika te zijn, ook al zitten ze gewoon thuis op de bank. Zo’n sofa-safari heeft trouwens ook voordelen: je hoeft niet eindeloos te zoeken naar onvindbare dieren als de luipaard of het schubdier, je vindt ze op bladzijde 27 en 103.’

Ga je mee op sofa-safari deze zomervakantie? Bestel Wat niet in de safarigids van je ouders staat op onze website!

Geschreven door
Meer van Redactie Paagmag

15 jaar Woezel & Pip: Al vijftien jaar avontuur!

Woezel en Pips voorleesboek Guusjes eerste verhalen bestaat 15 jaar. Dat moet gevierd...
Lees verder