20 jaar homohuwelijk in Nederland, maar nog steeds clichés rondom lhbtiq. Hoe komt dat?

Tekst: Jessica van Geel en Robbert Blokland

Op 1 april 2001 werd in Nederland als eerste land ter wereld het burgerlijk huwelijk opengesteld voor paren van het gelijke geslacht.

Journalisten Jessica van Geel en Robbert Blokland, beiden gelukkig gay getrouwd, vonden dat we te weinig persoonlijke verhalen horen over hoe het is om homo, lesbienne, queer, gay of bi te zijn. Daarom besloten ze er een boek over te schrijven. Wij mogen de inleiding van het boek delen, en dat nodigt alleen maar uit het boek te lezen!

Inleiding

We hadden net een kleurrijke parade zien langskomen van organisaties als de Metropolitan LGBT Police Network en de LGBT Muslims, we hadden de praalwagen van de Gay Diabetics bewonderd, toen in een stampvolle steeg vol regenboogkleuren, zweterige lijven en plastic bekers vol schuimloos bier het idee voor dit boek ontstond. Het was op de Gay Pride 2019 in Londen. Verguld met de Love is Lovebuttons die we opgespeld hadden gekregen, vroegen we elkaar: het homohuwelijk, hoelang bestaat dat eigenlijk al?

Hoe vooruitstrevend was het toen in Nederland op 1 april 2001 de eerste ‘huwelijken voor paren van het gelijke geslacht’ werden gesloten? Nederland was het allereerste land ter wereld, in een tijd dat ‘gidsland’ nog geen cynische bijklank had. Wat is er in die twintig jaar veranderd binnen de gay community en ten aanzien van de homoacceptatie? Wat heeft het huwelijk voor de lhbtiq-gemeenschap betekend?

We vertrokken uit de drukke feeststeeg om los van elkaar onze regenboogfeesten te vieren. De een liggend in het park tussen bierdrinkende vrouwen, kijkend naar een zangeres met gitaar en singer-songwriterliedjes, de ander op een nachtelijk herenfeest waar uiteindelijk het zweet als druppels aan het plafond zou hangen. Maar nog voordat we elkaar veel plezier wensten, proostten we op ons nieuwe plan: we zouden mensen gaan interviewen over hun leven en gedachten over twintig jaar homo-emancipatie in Nederland.

Bestel Als je maar gelukkig bent via Paagman.nl

Een boek dat wijzelf graag hadden willen lezen

Geen ‘how to be gay’-gids, geen voorlichtingsboek, geen twintig-jaar-huwelijk-epistel, geen overdaad aan cijfers: we wilden persoonlijke verhalen horen. Een boek dat wijzelf graag hadden willen lezen toen we jong waren en de kast om ons heen uit moesten klimmen. Een boek voor iedereen-anders- dan-hetero die wil weten hoe het niet-heteroleven eruit kan zien. (Of, zoals iedereen onder de dertig het zegt: hoe het gayleven eruit kan zien.) Een boek voor hetero’s met een homoseksuele zoon, een lesbische nicht, een non-binaire huisarts, een biseksuele buurvrouw of een open blik.

Want ondanks dat het homohuwelijk twintig jaar bestaat, het vijftig jaar geleden is dat er geschiedenis werd geschreven tijdens de Stonewall-rellen in New York, en de aidsepidemie nu min of meer onder controle is, zitten we nog altijd vast aan clichébeelden en vooroordelen. Een homo is vaak nog die man in roze string dansend op een boot, een lesbienne woont na twee maanden daten samen en zit op de bank – met de kat op schoot. Op de Londense Gay Pride voldeden wijzelf natuurlijk perfect aan het cliché van de homo en de lesbienne. Soms is het fijn om op te gaan in de collectiviteit van de rainbow connection, soms willen we aan de buitenwereld laten zien dat we anders zijn.

We’re here, we’re queer, get used to it!

Soms willen we juist níét buiten de heteromaatschappij staan, niet anders zijn, niet anders bekeken worden. Willen we serieus genomen worden, ongeacht onze seksuele voorkeur. Onze seksualiteit is niet onze identiteit! De worsteling tussen die twee werelden, hebben anderen dat ook? Als homoseksualiteit in de media wordt besproken, is het vaak onderdeel van een probleem óf het wordt slechts als voetnoot in een biootje vermeld. We zochten de verhalen over het echte leven. Rustige gesprekken die erover gaan of iemand zich anders voelt, of iemand een gay connectie voelt of juist niet, of iemand haar coming-out als loutering heeft ervaren, of iemand gelukkig is met zijn biseksualiteit.

Dus spraken we met twintig prominente lesbiennes, homo’s, gays, queers en biseksuelen. Wat is er in hun ogen de afgelopen twintig jaar veranderd? Is de wereld er beter op geworden? Ervaren ze meer of minder antihomogeweld? Hoe leven ze hun leven?

Paul de Leeuw en Johan Goossens zijn beiden homo, maar de een is vader van twee volwassen zoons en de ander houdt er een routine van Grindr en prep op na. Romana Vrede meent dat iedereen een ‘heteroseksuele fase’ heeft. De jongere generatie zoals Maud Wiemeijer en Rocky Hehakaija heeft moeite met termen als ‘homo’ en ‘lesbienne’ en gebruikt liever ‘gay’ en ‘queer’. Ellie Lust heeft de dreiging van het antihomogeweld aan den lijve ondervonden toen ze in Ethiopië tv-opnames maakte en Hans Klok moest in de Verenigde Staten opnieuw uit de kast komen. Nassiri Belaraj, Naomie Pieter en Pete Wu worstelden naast hun seksualiteit ook met hun culturele identiteit. Barbara Barend (getrouwd, twee kinderen) noemt zichzelf burgerlijk, maar is ze dat wel? Terwijl Bas Heijne benadrukt dat je als homo juist recht hebt op die burgerlijkheid.

Welke letter van het zesletterwoord je ook bent, of je getrouwd bent of niet, uit de twintig gesprekken blijkt dat iedere lhbtiq’er gelijke ervaringen deelt: Je hebt de wereld moeten vertellen dat je liever in bed ligt met iemand anders dan de heteronormatieve wereld van je verwacht. En vaak moest je je seksualiteit op tafel leggen op een leeftijd dat je daar nog niet klaar voor was. Iedere gay heeft weleens bij een hotelbalie uitgelegd dat-ie toch echt een double bed wil en niet twee losse bedden. Elke homo weet dat hand in hand lopen als een tweemansprotestactie kan voelen.

De weerstand komt soms ook uit de ‘pridefamilie’ zelf. Tegen jonge homo’s die monogaam willen zijn, wordt wel gezegd: ‘Wacht maar tot je ouder bent…’, een biseksueel ‘kan nog niet kiezen’ en een ‘zwarte’ lesbienne voelt zich lang niet altijd vertegenwoordigd op de ‘witte’ pridefeesten.

‘Als je maar gelukkig bent.’

‘Als je maar gelukkig bent.’ Dat is wat de meesten van hun ouders hoorden toen ze uit de kast kwamen. Het is vaak een lief bedoelde reactie – we hoorden veel ergere commentaren – maar er zit ook een voorbehoud in.

‘Als je maar gelukkig bent.’
Het is een opmerking die afstand schept, het probleem teruglegt bij degene die net zijn coming-out heeft gehad. Het is een dooddoener. Een reactie die ook wel wordt gegeven wanneer een meisje wil motorrijden of een jongen op balletles wil. Het is een beetje gek, maar ja, als je maar…

Zijn hetero’s gelukkiger dan? De worsteling die elke homo, lesbienne en bi op jonge leeftijd heeft meegemaakt, maakt die je niet ook sterker? Als je al zo jong aan de wereld moet laten zien dat je anders bent, leer je daarmee niet ook meteen belangrijke levenslessen? Durven gays daarom makkelijker buiten de dwingende conventies te denken (en misschien ook voor een losbandig leven te kiezen)? Of leren ze wat anders, en staan niet-hetero’s juist bewuster in hun relaties, in hun ouderschap, in hun huwelijk omdat het gekozen pad niet de norm is? Of zijn gays net mensen en maken we allemaal dezelfde foute en goede beslissingen?

Het bier dat op de Londense Pride werd geschonken zat in plastic bekers versierd met telkens een ander deel van de Pridevlag: bi pride stond er op de ene beker, op andere: inclusive pride, lesbian pride, genderfluid pride, asexual pride, transgender pride, intersex pride, non-binary pride en pan pride. Zo zitten we, bedachten wij, na jaren van homo-emancipatie alsnog in hokjes. In dit boek willen we geen onderscheid maken, geen rangorde aanbrengen. Daarom hebben we de interviews min of meer willekeurig achter elkaar gezet, zonder hoofdstukindelingen als ‘biseksuelen,’ ‘oudere getrouwde mannen’ of ‘gays met een niet-westerse achtergrond’.

Als wij zelf een open mind willen hebben, is het zaak de labeldrift in te perken. Wij denken dat seksuele geaardheid vloeibaarder, diverser en ingewikkelder is, en mag zijn, dan nieuwe hokjes, zelfs wanneer het in de vorm van kekke bierbekers gegoten is.

Wat is het voordeel van gay-zijn? vroegen we aan alle twintig. Het eerste deel van het antwoord was meestal: dat je anders bent. (Wat overigens vaak ook als nadeel is genoemd.) Maar er kwam altijd nog iets belangrijks achteraan. Dat je anders bent… en dat je daarmee zelf je weg mag vinden.

Jessica van Geel en Robbert Blokland, april 2021

Geschreven door
Meer van Redactie Paagmag

Haal het Rijksmuseum in huis

Tekst: Esther Pordon Beeld: Rijksmuseum In 2016 werd de Eregalerij van het...
Lees verder