Het bijzondere verhaal van Tonke Dragt

Haar boeken nemen je mee naar een andere wereld, waar het soms mooi is en soms eng, maar altijd fascinerend. En ook haar eigen levensverhaal is zeer de moeite waard. Een openhartig gesprek met Tonke Dragt zelf en de mensen om haar heen.

Dit interview komt uit Present #2, verschenen op 4 november 2018
Tekst: Judith van Ankeren
Illustraties: Tonke Dragt
Fotografie: Mark Sassen

Ze mag dan inmiddels 88 jaar zijn, Tonke Dragt is nog altijd de koningin van de fantasie. Niet voor niets zijn haar boeken al vele malen herdrukt, vertaald en verfilmd. Met de serie die Netflix aan het maken is van De brief voor de Koning, als voorlopig nieuw hoogtepunt. Haar verhalen zijn geliefd bij zowel kinderen als volwassenen. ‘Dat komt doordat er een dubbele bodem in zit’, zegt ze zelf. ‘Ik wil ook niet dat mijn uitgever er een leeftijd in zet. Kinderen kunnen mijn boeken heus wel vinden.’

Bestel boeken van Tonke Dragt via Paagman.nl

Op interviews was ze nooit zo dol en de laatste jaren wijst ze alle verzoeken af. Maar voor de familie Paagman maakt ze graag een uitzondering. Lang geleden, ver voordat ze een bekende schrijfster werd, raakte Tonke namelijk bevriend met Gerard Paagman senior. Hij nam altijd bijzondere boeken mee van de Frankfurter Buchmesse, waar ze er één van mocht uitkiezen en ze heeft zelfs nog op Gerard junior gepast. Paagman vond dat Tonke talent had en legde haar boeken prominent vooraan in de winkel, nog voor ze erkenning kreeg. En ze was de eerste die haar tekeningen exposeerde in de tentoonstellingsruimte op de eerste verdieping.

Die warme band is altijd blijven bestaan, dus worden Fabian en Nadine, samen met Paagman-medewerker en fan van het eerste uur Don, hartelijk ontvangen in Den Haag, waar Tonke woont. Naar boeiende anekdotes over haar leven hoeft de schrijfster niet lang te zoeken. Want ook al is haar gezondheid inmiddels broos, Tonke heeft nog altijd een feilloos geheugen én een goed gevoel voor humor.

Jonge jaren

Op 12 november 1930 werd Tonke geboren in Batavia (nu Jakarta) in Indonesië. ‘We hadden heel veel boeken thuis, ik ben ermee opgegroeid’, vertelt ze. ‘Er werd dagelijks voorgelezen, zowel thuis als op school. Minstens een keer per maand nam onze vader mijn zussen en mij mee naar de boekhandel. Daar lagen de boeken mooi uitgestald, net als bij Paagman nu. Ook pikte ik stiekem boeken uit mijn moeders kast, zoals 1001 Nachten. Dat was de niet-gekuiste versie en van mijn lieve moeder mocht ik het eigenlijk pas later lezen. Maar er stond niets in waarvan ik schrok. Het waren gewoon sprookjes. Mijn lievelingsboek was De Geheime tuin en dat is nog steeds een grote favoriet. Het is het soort boek dat niet tegenvalt als je het later nog eens terugleest. Het leuke vind ik dat het over een complot van kinderen gaat, de volwassenen staan er buiten. Bovendien worden de hoofdpersonen niet geïdealiseerd. Het meisje is zelfs een beetje een kreng en dat blijft ze ook. Ze komt niet tot inkeer. Dat bevalt me wel. Ik kan het boek iedereen aanraden.’

Schrijven op wc-papier

De zorgeloze jaren kwamen ten einde toen Japan in 1942 Nederlands-Indië bezette en Tonke samen met haar moeder en zusjes in een jappenkamp belandde. Haar vader werd gevangen gezet in een ander kamp en gedurende drie jaar wisten ze niet van elkaar of ze nog leefden. Lezen was er een belangrijke troost en tijdverdrijf, maar veel boeken waren er niet. Tonke: ‘Als iemand een boek te pakken had, dan wilde iedereen het lezen: “Mag ik het na jou?” “En ik daarna?” Boeken waren echt het kapitaal. Soms moesten we naar een ander kamp verhuizen en dan mocht je alles meenemen wat onder je bed paste. Gelukkig stonden de bedden op blokken zodat je eronder kon schuilen bij een luchtalarm, dus er paste aardig wat onder. Per kind gingen er één of twee boeken mee. Ik had de Sprookjes van Andersen en dat boek heb ik altijd bewaard. Maar op gegeven moment hadden we alles uit, dus ging ik samen met een vriendinnetje zelf maar een boek schrijven. We hadden alleen niet genoeg papier, dus toen hebben we een heel rekenschrift uitgegumd.

We zaten gevangen, dus schreven we over ontsnappen

Toen dat vol was, gingen we door op wc-papier. Dat werd toch niet gebruikt, de wc’s waren gewoon gaten in de grond en die raakten er alleen maar verstopt van. Het verhaal was waardeloos. De hoofdpersonen zaten gevangen en ontsnapten. Ook kwamen er veel maaltijden in voor. Achteraf snap ik het natuurlijk wel: we zaten gevangen, dus schreven we over ontsnappen en we hadden honger, dus ging het over eten. Ik heb het wel meegenomen uit het kamp, maar het was niet geschikt om te publiceren. Toch was het wel de eerste stap in mijn schrijverschap.’

Haar debuut

Na de oorlog vestigde het herenigde gezin zich in Nederland waar Tonke naar de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag ging. ‘Verhalen schrijven leer je niet op een school. Dat moet je gewoon gaan doen en misschien komt er op een gegeven moment een goed verhaal uit. En misschien ook niet. Maar voor illustreren bestond wel een opleiding, dus daar ging ik naartoe. Ik koos voor de opleiding Tekenleraar, dat leek me praktisch. Gelukkig vond ik lesgeven leuk. In het begin kon ik geen orde houden, maar daar had ik een truc voor. Ik vertelde dan een verhaal en bij het spannende gedeelte hield ik op. “Ga hier maar een tekening bij maken”, zei ik dan tegen de klas. Dat werkte heel goed.’

Verhalen schrijven leer je niet op een school

Tonke stond een deel van de week voor de klas en en de rest van de tijd tekende en schreef ze. ‘Ik stuurde verjaardagskalenders met allerlei verschillende illustraties naar uitgevers. “Kom maar langs met een mapje tekeningen”, kreeg ik als reactie. Zo kreeg ik opdrachten om boeken en omslagen te illustreren. Dat ben ik lang blijven doen. Ik was de eerste die de boeken van Paul Biegel mocht illustreren. Een grote eer. Er waren veel beroemdere tekenaars, maar hij koos mij. We hadden dezelfde kijk op dingen.’

Op haar 31ste werd Tonkes eerste boek Verhalen van de Tweelingbroers gepubliceerd, dat ze compleet met illustraties naar een uitgever stuurde. ‘Ik kreeg een aardige reactie terug: “Sprookjes zijn helaas niet in de mode, maar stuur het maar naar schrijfster Miep Diekmann, want die is adviseur bij uitgever Leopold.” Miep belde me een paar dagen later op: “Ik ga het lezen, maar het is erg dik en ik heb het heel druk. Maar ik ga het wél lezen.” Later vertelde ze me dat ze de tekeningen erbij zo leuk vond. Daardoor viel ik op. Ze zei: “Ik heb één ding veranderd, maar je kunt het zo uitgeven.” Zo ben ik bij Leopold beland en daar ben ik altijd gebleven.’

Het geheim van haar succes

Het bijzondere van Tonkes boeken is dat de taal niet zo verouderd lijkt. Ook al verschenen de eerste drukken van boeken als De brief voor de Koning, Geheimen van het Wilde Woud en De Zevensprong al meer dan vijftig jaar geleden, ze blijven mateloos populair. Haar nieuwe dichtbundel Donderdag Bijzonderdag of de Dag dat de Brontosaurus thuiskwam bevat ook heel veel oudere teksten, waar alleen wat spelfouten zijn uitgehaald. Tonke denkt zelf dat het komt doordat ze haar teksten altijd hardop zegt. ‘Het moet een bepaalde cadans hebben en dat hoor je pas als je het uitspreekt. Zodra ik ergens over struikel, weet ik: oh dat gaat niet lekker. Ik denk dat dat een verhaal tijdloos maakt. Ik kreeg ook altijd veel complimenten van acteurs, bijvoorbeeld van de serie De Zevensprong. Ze vonden de dialogen zo natuurlijk klinken. Ze hoefden er niets aan te veranderen.’

Tonke is als haar boeken, het is voor haar een manier van leven

Collega kinderboekenschrijver Rindert Kromhout denkt dat haar belangrijkste kracht is dat je al na een paar pagina’s helemaal in haar wereld wordt gezogen. ‘Tonke is als haar boeken, het is voor haar een manier van leven. Dat moet ook, anders kun je niet zo schrijven zoals zij dat doet.’ ‘Haar personages zijn heel goed uitgewerkt en de thema’s die ze kiest dragen ook een steentje bij,’ zegt Liesbeth ten Houten, Tonkes toenmalige uitgever bij Leopold. ‘De kinderen van nu spelen nog steeds graag riddertje en willen Tiuri zijn van Brief voor de Koning. Spannende fantasieverhalen raken nooit uit de mode.’

Wat zeker heeft geholpen, is dat de schrijfster haar boeken altijd zelf heeft geïllustreerd. ‘Het inspireerde elkaar,’ vertelt Tonke hierover. ‘Als het schrijven niet ging, dan ging ik tekenen en vice versa. Het een vloeide uit het andere voort. Vaak begon ik met een tekening en dan kwam het verhaal erbij. Ik kan nog steeds schrijven, dat is zo fijn. Met schrijven kun je lang doorgaan. Desnoods door het te dicteren. Maar ik doe het liever zelf hoor, dan maar in onleesbaar handschrift. Er is altijd wel iemand bij de uitgever die uittikt. Tekenen doe ik ook nog wel, maar mijn ogen zijn veel minder goed geworden en mijn lichaam is ook stijver.’

Eigengereid en geestig

Hoe beschrijven de mensen die Tonke goed kennen haar? ‘Een tikje eigengereid,’ aldus Liesbeth ten Houten, met wie ze nog altijd goed contact heeft. ‘Ze is op zichzelf en weet precies wat ze wil.’ Don kent Tonke ook al vijfentwintig jaar. ‘We raakten bij Paagman in gesprek over boeken en bleken zo’n beetje van dezelfde schrijvers en boeken te houden. Sinds Tonke niet meer zo mobiel is, ga ik af en toe bij haar langs en dan kletsen we zo een paar uur weg. Ik zit dan ademloos te luisteren, want ze is echt een geboren verteller!’

Rindert Kromhout herinnert zich hun eerste ontmoeting nog goed, al is het ruim veertig jaar geleden. ‘Ik was een jaar of negentien en wilde kinderboekenschrijver worden. Dus had ik Tonke een brief geschreven of ik haar mocht ontmoeten. Ze stemde toe en op de dag van de afspraak belde ik aan. “Wie is daar”, klonk een boze stem door de intercom. Ik vertelde wie ik was. “Nee, die afspraak is morgen, ik kan je niet ontvangen want ik ben ziek”, antwoordde ze nog steeds boos. Ik wist zeker dat ik me niet vergiste en baalde dat ik de lange reis voor niets had gemaakt. Ik had haar eerder een aantal verhalen gestuurd. “Mag ik dan mijn verhalen meenemen?”, vroeg ik. Eenmaal binnen zag ze er helemaal niet ziek uit. “Wat ben je jong”, zei ze. “Ik geef je je verhalen en dan moet je weg.” We raakten toch in gesprek en vier uur later kon ik nog net de trein terug halen. Dat is Tonke ten voeten uit.’

Het begin en einde van het script heb ik afgekeurd, dat hadden ze veranderd

Dat ze zich niet laat piepelen, blijkt wel uit het feit dat ze eens een vertaling uit de handel heeft laten nemen omdat ze het verhaal hadden ingekort. Ook de makers van de Netflix-serie van De brief voor de Koning kunnen niet om haar heen. ‘Het begin en einde van het script heb ik afgekeurd, dat hadden ze veranderd’, vertelt Tonke. Ook hebben ze allerlei spannende scènes toegevoegd, maar dat vond ik prima. En dat er een meisjespersonage bij is gekomen dat ik pas in het tweede boek opvoer, snap ik heel goed. Liefde is heel mooi. Maar ik heb wel benadrukt dat Tiuri de baas is. Het is een slim meisje, maar ze bepaalt niet wat er gebeurt.’

Toch kan Tonke het ook wel loslaten. Ze is vooral enorm trots dat er zoveel geld wordt gestoken in de verfilming van haar boek. ‘Ze nemen het grotendeels op in Nieuw-Zeeland, net als de Tolkien-films. En Tiuri wordt door een onbekende acteur gespeeld. Het moet zijn doorbraak worden, zoals voor de acteurs van Harry Potter. Ik ben heel benieuwd naar het resultaat.’

Beste boek

De brief voor de Koning mag haar bekendste boek zijn, Rindert Kromhout vindt Geheimen van het Wilde Woud spannender en Torenhoog en Mijlen Breed nog mooier geschreven. ‘Dat heb ik vele malen herlezen.’ Ook Liesbeth ten Houten kiest voor die laatste titel. ‘Ik hou heel erg van verhalen die zich afspelen op een andere planeet, van science fiction.’ Don vindt Aan de Andere Kant van de Deur en De Torens van Februari het mooist. ‘Omdat ze over poorten naar andere werelden gaan. Tonke en ik delen een fascinatie voor spiegelwerelden.’

En wat vindt Tonke zelf haar beste boek? ‘Absoluut De Torens van Februari. Ik denk niet dat mijn lezers het daar mee eens zijn, want het is mijn meest controversiële boek. Het enige waar ik ooit knorrige brieven over kreeg. Mijn huidige uitgever houdt er ook niet van, het is het minst herdrukt van al mijn boeken. Ik denk omdat het geen vrolijk verhaal is, maar een beetje donker. Het gaat over een dagboek dat niet bestaat, je wordt er kriegelig van. Toch denk ik zelf dat het mijn beste boek is, het zit goed in elkaar. Hoewel, eigenlijk heb ik mijn beste boek nog niet geschreven. Dat zit in mijn hoofd. Je moet altijd een verhaal hebben dat je nooit schrijft. Waaraan je graag wilt beginnen, maar het komt er steeds niet van. Dat vind ik een leuk gegeven. De laatste regel weet ik al: Rimpelend water verstoort het spiegelbeeld.’

Tags bij dit verhaal
Geschreven door
Meer van Redactie Paagmag

Den Haag RENT: Ren jij mee?

Tekst: Maaike Marechal Het boek Den Haag RENT is een initiatief van...
Lees verder