Hedendaags schrijverschap: wie is de schrijver anno 2021?

Het is niet ondenkbaar dat schrijver zijn in een tijd van social media, oplevend activisme en toenemende focus op wat wel en niet ‘kan’, zich totaal anders uit en vormt dan in de tijd van – laten we zeggen – Jane Austen. Is het schrijverschap aan trends onderhevig? Literair-journalist Dries Muus analyseerde het huidige schrijverslandschap.

Tekst: Dries Muus
Illustrtaties: Claudie de Cleen
Bestel De afwijking van Dries Muus via Paagman.nl

Romanschrijven zou weleens de meest solitaire kunstvorm kunnen zijn die er bestaat. Vaak jarenlang begeeft de schrijver zich in een zelfgecreëerde romanwereld die hij helemaal in zijn eentje opbouwt en bevolkt, woord voor woord. Toch hoeft geen enkele schrijver zich volstrekt alleen te voelen. Er zijn kruisbestuivingen en verwantschappen tussen auteurs; literaire trends of collectieve ontwikkelingen. Denk aan de grote hoeveelheid jonge vrouwelijke auteurs die in het afgelopen decennium succesvol debuteerden. Of aan de boeken – niet zelden debuten – waarin de schrijver of een alter ego zelf als hoofdpersoon fungeerde.

Zijn die ontwikkelingen toeval? Zijn het überhaupt ontwikkelingen, ís het wel iets van nu? Hoe kijken jonge schrijvers zelf tegen die trends aan? En hoe beleven succesvolle debutanten de aanloop naar hun tweede boek?

De schrijver als hoofdpersoon

Bestel de boeken van Robbert Welagen via Paagman.nl

Van Robbert Welagen (1981) verscheen in mei zijn negende roman, het goed ontvangen Raam, sleutel, waarin een schrijfster haar vriend verliest bij een ongeluk, op dezelfde dag dat ze een vrouw ontmoet voor wie ze direct gevoelens opvat. In zijn eerdere roman Het verdwijnen van Robbert bleef Welagen dichter bij zichzelf: hij gaf de hoofdpersoon niet alleen zijn beroep maar ook zijn naam. ‘Ik heb in dat boek een verdwijnfantasie uitgeleefd. Dat was echt een bevrijding. Die Robbert lijkt op mij, maar doet van alles wat ik in het echte leven niet zou doen. Ook onsympathieke, dubieuze dingen. Door het dicht bij mezelf te houden kon ik een veel breder palet aanspreken van wat er in mij huist.’

Dat de hoofdpersoon schrijver was, maakte voor het boek weinig uit. ‘Hij leeft veel in zijn verbeelding, in zijn hoofd, dat is wel een schrijverstrekje. Maar hij is ook weer niet constant over zijn volgende zin aan het nadenken, of uit allerlei boeken aan het citeren.’

Welagen betwijfelt of de schrijver als hoofdpersoon een typisch hedendaags verschijnsel is. ‘Gerard Reve deed het ook, iets later Grunberg. Bij mijzelf staat het ene boek verder van mijn eigen leven af, het volgende wat dichterbij. Ik denk dat dat voor veel schrijvers geldt. Voor welke schrijver níet, eigenlijk.’

Het begin van zijn schrijverschap staat hem helder voor de geest. ‘Er zit vaak best wat tijd tussen het afmaken van je debuut en de verschijning. Toen Lipari uitkwam in 2007, was ik al aan mijn tweede begonnen. Achteraf was dat heel goed. Je hebt dan al een voorsprong, je hoeft geen rekening te houden met de ontvangst of de verwachtingen. Al die invloeden van buitenaf kun je voor zijn door in die tussenfase gewoon dóór te schrijven.’

Succesvol debuut, en dan?

Bestel Wij zijn licht van Gerda Blees via Paagman.nl

Dat advies had Gerda Blees (1985) misschien wel kunnen gebruiken. Haar debuutroman Wij zijn licht verscheen vorig jaar, werd enthousiast besproken en haalde de shortlist van de Libris Literatuur Prijs. ‘Dat maakt het schrijven van mijn tweede roman wel spannender, maar het was nog moeilijker geweest als Wij zijn licht zo’n Lize Spit-achtig succes was. Dan heb je misschien meer het gevoel dat het hele land over je schouder meekijkt. Het scheelt ook wel dat ik eerder een verhalenbundel en een dichtbundel heb uitgebracht. Daardoor heb ik wat meer ervaring en kan ik goed relativeren.’

Niet dat het schrijven van haar tweede roman vanzelf gaat: ‘Ik ben wel een beetje aan het worstelen. Wij zijn licht heeft natuurlijk ook een speciale vorm, in elk hoofdstuk is een andere verteller aan het woord. Zo’n kunstje kun je niet blijven herhalen. Voor de tweede roman moet ik de vorm nog vinden.’ Het boek bevat in elk geval meer autobiografische elementen dan haar vorige werk. ‘Ik weet niet of het tegenwoordig vaker gebeurt dan vroeger, maar ik zie wel dat schrijvers hun boeken vaak baseren op hun eigen leven. Nu ik dat zelf ook doe denk ik er veel over na. Het levert een rare splijting op: aan de ene kant vraag ik me af waarom die autobiografische elementen erin moeten. Aan de andere kant vraag ik me ook af waarom ik er dan zo nodig fictie van moet maken. Ik ben er nog niet over uit.’

De vrouwelijke schrijver

Blees heeft ‘geen heel goed beeld’ van het werk van haar generatiegenoten. ‘Ik ben vooral bezig met een inhaalslag in de wereldliteratuur. Een tijdje terug heb ik een jaar lang alleen maar vrouwelijke schrijvers gelezen. Die wilde ik meer ontdekken. Maar dat had niet te maken met een recente ontwikkeling, van ‘de jonge vrouw rukt op’, ofzo. Dat is iets was al sinds de jaren tachtig wordt gezegd, bleek uit een proefschrift. Maar als je kijkt naar literaire prijzen en uitgegeven boeken, zijn mannen nog steeds zwaar oververtegenwoordigd. Wat ik me pas afvroeg, misschien is het ook wel een soort angst: zouden vrouwelijke schrijvers voor de media vooral interessant zijn als ze jong zijn? Zou dan, zodra ze ouder worden, de aandacht toch weer naar mannen verschuiven?’

Bestel Stenen eten van Koen Caris via Paagman.nl

‘Ik heb het gevoel dat de vrouwelijke auteurs die ik graag lees de tijdgeest misschien iets sneller aanvoelen dan hun mannelijke collega’s. Ze gaan bewuster om met wat ze van de lezer vragen en met wat ze aan het literaire corpus toevoegen,’ zegt Koen Caris (1988), die in juli debuteerde met de even ontroerende als spannende roman Stenen eten, waarin hij een verstikkende dorpstragedie combineert met de meer gebruikelijke worstelingen van een zeventienjarige. ‘Er is een oudere generatie mannelijke auteurs die daar minder rekening mee houdt. Schrijvers die gewoon nóg een boek van zeshonderd pagina’s afleveren als ze daar zin in hebben. Ik denk dat er naast dat type auteur sowieso steeds meer ruimte is voor afwijkende, niet-traditionele stemmen. Die trend juich ik van harte toe.’

Of de schrijver als hoofdpersoon ook een trend is, durft Caris niet te zeggen. ‘Wel denk ik dat veel artikelen over schrijvers daarop gefocust zijn. Die interesse begrijp ik wel, maar ik deel ‘m zelf niet. Ik vind niet dat een puur verzonnen verhaal per definitie minder impact heeft of minder waarachtig is dan iets wat echt gebeurd is. Voor mijn boek heb ik wel deels geput uit mijn eigen leven, maar juist daarom heb ik extra hard gewerkt om het overtuigend te fictionaliseren.’

Caris is momenteel nog vrij druk met de ontvangst en de promotie van Stenen eten, maar het tweede boek begint al voorzichtig in hem op te borrelen. ‘Er wordt weleens gezegd: in je eerste boek reken je af met je jeugd, bij je tweede boek begin je aan je oeuvre. Daar heb ik veel zin in. En ik ben heel benieuwd naar wat er allemaal nog meer verteld kan worden.’

Excuusvrouw

Bestel de boeken van Niña Weijers via Paagman.nl

Als er één schrijver is die vanuit persoonlijke ervaring kan spreken over de opkomst van vrouwelijke auteurs, over de schrijver als hoofdpersoon én het Beruchte Tweede Boek, is het wel Niña Weijers (1987). In 2014 was ze met haar debuutroman De consequenties een van de meest in het oog springende jonge schrijvers. Vijf jaar later publiceerde ze haar tweede, Kamers antikamers, waarin een vrouwelijke auteur de grenzen tussen fictie en werkelijkheid opzoekt en vervaagt.  

‘Als ik terugkijk op de tijd rondom mijn debuut, zie ik een groot verschil met nu. Grappig hoe snel dat is gegaan. Literair tijdschrift Das Magazin riep toen ‘De tien schrijvers van nu’ uit: een lijst met acht mannen en twee vrouwen. Dat klinkt inmiddels al hopeloos gedateerd. Er is meer aandacht voor een eerlijkere verdeling, en vrouwelijke schrijvers worden ook serieuzer genomen. Jarenlang was Esther Gerritsen de eeuwige enige vrouw op shortlists van literaire prijzen. Ook dát is anders. Het is niet meer zo dat er vijf mannen worden genomineerd en één excuusvrouw.’

Net als haar collega’s betwijfelt Weijers of de schrijver als hoofdpersoon een trend is. ‘Ik denk dat het vooral een kwestie van framing is, in de media maar ook door lezers. Als je een autobiografisch boek schrijft, denken mensen al snel: o, ben je zó’n soort schrijver – dan zal je volgende boek ook wel die kant opgaan. Ik geloof juist dat elk nieuw boek een soort antwoord is op het voorgaande. In mijn geval betekent dat, dat ik vaak een heel andere richting insla.’

Invloed van buitenaf

Geen trend dus – maar sturende invloeden van buitenaf zijn er altijd, bijvoorbeeld via de boeken die je leest. ‘Bij Kamers antikamers was dat de Outline-trilogie van Rachel Cusk. Daarin vulde ze dat autofictie-genre zó goed in. Dat heeft me sterk beïnvloed.’ Tussen de verschijning van haar romans zat in totaal vijf jaar. ‘Mensen suggereerden weleens dat ik me geblokkeerd voelde door het succes van De consequenties, maar dat heb ik oprecht niet zo ervaren. Kamers antikamers was gewoon een heel moeilijk boek om te schrijven, omdat het verhaal niet lineair van A naar B ging, en er ook geen traditionele persoonlijke ontwikkeling van de hoofdpersoon was. Dat waren bewuste keuzes: ik wílde het mezelf ook moeilijk maken, en met die speelse autobiografische vorm wílde ik ook onderzoeken wat de rol van fictie en persoonlijke verhalen was in deze nogal precaire tijd, met al die enorme wereldwijde problemen.’

De conclusie van dat onderzoek?

‘Ik hoop dat ik heb laten zien dat we eigenlijk niks anders doen en niks anders kunnen doen dan verhalen maken van de wereld om ons heen. Dat we wel moeten. En dat verhalen er toe doen, ook – of misschien wel júist – in deze tijd.’

Dit artikel werd gepubliceerd in Present van Paagman #5. Verkrijgbaar in de winkels van Paagman met een Paagman Privilege Pas of lees ‘m online.
Tags bij dit verhaal
Geschreven door
Meer van Redactie Paagmag

Het bijzondere verhaal van Tonke Dragt

Haar boeken nemen je mee naar een andere wereld, waar het soms...
Lees verder