Auke Kok over zijn Johan Cruijff biografie

Tekst: Menno Pot
Beeld: Hans Heus via Hollandse Hoogte

Ga er maar aan staan: de biografie schrijven van de beroemdste Nederlander ooit, Johan Cruijff, de man over wie elke Nederlander een mening heeft en die altijd controverse opriep. Spannende opdracht. Auke Kok nam hem aan.

Bestel de biografie Johan Cruijff via Paagman.nl

Het is een regenachtige dag in oktober. Auke Kok mag van zichzelf even naar buiten: even een interview doen, koffie plus uitsmijter in zijn buurtcafé in Amsterdam-Oost. Daarna weer schrijven. Nog tien dagen, dan moet het ei gelegd zijn: de biografie van Johan Cruijff (1947-2016). Drie jaar werk, waarvan een vol jaar schrijven.
‘Het is de klus van mijn leven. Spannend is het ook. In Nederland lopen miljoenen Cruijff-kenners rond. De meningen zijn vaak fel: aan de ene kant de gelovigen, aan de andere kant mensen die hem een vervelende betweter vonden. Ik hoor zelf tot geen van beide kampen. Kan ook niet, als biograaf.’

Koks werk is gebaseerd op talloze gesprekken met mensen die dichtbij het fenomeen stonden, bijzonder bronmateriaal, bestudering van ontelbaar veel uren beeldmateriaal, een paar eigen gesprekken tijdens Cruijffs leven. Hij wil iedereen aan boord houden die in het fenomeen uit Betondorp geïnteresseerd is: de gelovigen, de sceptici, de boekenlezers die ‘gewoon’ een mooie biografie willen lezen.
‘Het heeft allemaal nog veel meer tijd gekost dan ik vooraf dacht,’ zegt hij, terwijl Auke Kok toch aardig heeft leren inschatten wat het schrijven van een journalistieke biografie met zich meebrengt. Hij schreef boeken over de beruchte oorlogsverrader Anton van der Waals (1995) en misdadiger Willem Holleeder (2011), reconstrueerde de verhalen van piratenzender Veronica (2007), het WK voetbal van 1974 (2004) en de Olympische Spelen van 1936 in Nazi-Duitsland (2016). Voor Tussen Godenzonen (2013) volgde hij een seizoen lang de spelers van Ajax, niet alleen als voetballers, maar ook als mensen.

De Grote Vraag

Laten we de Grote Vraag maar stellen: heeft de monsterklus de biograaf nog tot een wezenlijk nieuw inzicht gebracht? Kok denkt na en besluit op de Grote Vraag een Groot Antwoord te geven. ‘Wat voor mij de grote conclusie was, is dat we hem eigenlijk altijd verkeerd hebben geïnterpreteerd. We zagen hem als een Amsterdamse straatjongen die zó goed kon voetballen dat hij een eigenwijze dwingeland werd, maar we moeten hem anders zien: als een hoogbegaafde. Een soort kunstenaar. Dat is eigenlijk het leidmotief van mijn boek geworden.’

We hebben Cruijff eigenlijk altijd verkeerd geïnterpreteerd

Hij zegt het niet zomaar. Onder de bijzondere documenten die Kok mocht inzien, waren ook psychologische rapporten. In één ervan noteerde een psycholoog het woord ‘hoogbegaafd’.
‘Niet cognitief hoogbegaafd,’ zegt Kok, ‘maar voetbalhoogbegaafd. Het was hem al op jonge leeftijd duidelijk dat hij er eindeloos veel meer inzicht in had dan anderen. Als je dat als uitgangspunt neemt, kun je zijn karakter beter begrijpen: hij was hoogsensitief, verlegen, in veel opzichten een beetje eenzaam. Als het over voetbal ging, stond hij alleen: hij begreep wat anderen niet begrepen. Daarom was het ook onmogelijk hem in een structuur te dwingen.’

Dat hebben ze geweten: bij Ajax, maar bijvoorbeeld ook bij de KNVB, in de jaren negentig, toen het er even naar uitzag dat Cruijff bondscoach zou worden. ‘Ze werden stapelgek van hem. Hij kon toch wel terugfaxen of -bellen? Niet dus. Denk je dat Pablo Picasso zou terugbellen? Johan was onbereikbaar. Hij las nooit iets en schreef ook niets op.’
Het verklaart waarom Cruijff in Barcelona eigenlijk beter op zijn plek was dan in Amsterdam: in de Nederlandse cultuur word je geacht je te schikken, iedereen is gelijk. In de Latijnse cultuur in Catalonië had hij de uitzonderingspositie waarbij hij gedijde. Er was begrip voor de voetbalkunstenaar die hij was, al wijst Kok erop dat Cruijffs visie óók gestoeld was op Hollandse doelmatigheid: hij hield van mooi, maar niet van tierlantijnen, het moest wel economisch zijn. ‘Het lekkere weer, het Latijnse leven, dat grote stadion, de aanbidding, het paste hem als een jas. Bij Ajax was hij fantastisch en won hij drie Europacups, maar zo rond 1974 was hij op zijn best. Zo goed als in Spanje, direct na het WK, is hij nooit meer geweest.’

Cruijff op eenzame hoogte

De man had een ‘magisch zelfbeeld’, vertelde Cruijffs fiscalist en belangrijkste persoonlijke adviseur Harry van Mens aan de biograaf: hij zag zichzelf als iemand die in wat hij deed op eenzame hoogte stond. Zijn geduld om op voetbalgebied compromissen te sluiten, werd kleiner naarmate hij ouder werd. Zijn behoefte om iets goeds voor mensen te doen juist groter.
‘Cruijff was ook een gewone jongen uit Betondorp die oprecht vond dat hij er voor de mensen was: altijd aardig, altijd hartelijk, altijd beschikbaar. Zijn vrouw Danny werd er gek van, hij joeg nooit eens iemand weg, had voor iedereen een vriendelijk woord. Dat is paradoxaal, maar ook weer messiaans: op eenzame hoogte tussen de mensen.’

Het moest állemaal in het boek: Cruijffs persoonlijkheid en privéleven, zijn voetbalsuccessen, maar ook de ruzies, de affaires. Conflicten hoorden bij Johan Cruijff als de bal bij de voetballer. ‘Daar zag ik als schrijver tegenop: die ruzies, de Adidas-strepen, de schoenen, de zwembadaffaire, de oorlog bij Ajax. Op die momenten werd het echt werk: ik ontkwam er niet aan. Ook niet aan de fluwelen revolutie bij Ajax, in de herfst van zijn leven. Dat houd ik helder, maar vooral kort. Want al die botsingen met figuren als Steven ten Have… wie wil het nou lezen? Zitting nemen in de Raad van Commissarissen bij Ajax, had hij achteraf niet moeten doen. Ik denk dat hij dat zelf ook vond. Een bestuurder als Hans Wijers die aan Johan Cruijff gaat vragen of hij de notulen gelezen heeft, zie je het voor je? Johan vond dat hij met zo iemand helemaal niets te bespreken had.’

Een Cruijff-gelovige is Auke Kok niet geworden tijdens het schrijven. Wat blijft, is de fascinatie: door de voetbalidealen van de beste voetballer die Nederland voortbracht en door de unieke, paradoxale persoonlijkheid die erachter school. ‘Toen Rinus Michels in 1988 Europees kampioen werd met Oranje en toen Ajax in 1995 de Champions League won, kon Cruijff niet oprecht blij zijn. Daarin was hij klein en niet genereus. Hij had een raar soort halsstarrigheid die hem soms onuitstaanbaar maakte, maar die onredelijkheid heeft toch ook gemaakt dat zijn visie kon beklijven: als hij mild en laconiek was geweest, had het minder indruk gemaakt. Zelfs voor zijn onhebbelijkheden kunnen we hem dankbaar zijn.’

Bestel Het nieuwe Ajax van Menno Pot via Paagman.nl
Schrijver en Ajacied Menno Pot interviewde niet alleen Auke Kok voor dit stuk in Present, hij schreef zelf ook een boek over voetbalseizoen 2018/2019: “het seizoen waarin Ajax zichzelf opnieuw uitvond.” In zijn boek reconstrueert Menno het succes en legt uit dat het verschillende vaders heeft, van Johan Cruijff tot Peter Bosz en van Marc Overmars tot Appie Nouri.
Tags bij dit verhaal
Geschreven door
Meer van Redactie Paagmag

Warning: moms in danger! De beste domestic noir-thrillers

Er is een nieuwe trend op thrillergebied. Er duiken namelijk steeds meer...
Lees verder